Kinderen in de klas die altijd haantje-de-voorste zijn.
Hoe ga je daarmee om? Van den Breemer schreef erover (Volkskrant 2 juni 2026).
‘Ze steken direct hun vinger op, praten voor hun beurt, staan vooraan in de rij en weten het goed voor zichzelf te regelen. Die assertiviteit gaat ten koste van stillere kinderen in de klas. Hoe zorg je dat iedereen aan bod komt?’ Goh, denk ik dan, zo’n klaslokaal lijkt toch verdomd veel op de kantoortuin.
Het is in veel opzichten een leerzame column, voor het klaslokaal en voor de werkvloer. Het gaat over groepsdynamiek, ongeschreven regels, en over onzekerheid die achter bepaald gedrag kan schuilen. Vertoon je bepaald gedrag (bijvoorbeeld haantje-de-voorste zijn) om je staande te houden of omdat het bij je past? Hoe ga je om met verschillen en wat is ieders bijdrage?
Van den Breemer laat diverse deskundigen aan het woord. Psycholoog Akse vertelt: ‘De een is extravert en vertelt uit zichzelf honderduit, bij de ander moet je meer moeite doen om het eruit te halen. Daar zijn kinderen voor een deel mee geboren, en daar is niets mis mee.’ Wat telt, is dat de leraar het één niet beter vindt dan het ander. Hij heeft daar een belangrijke rol. ‘De leraar is als een dirigent die zorgt dat niet één instrument voortdurend overheerst, maar dat het hele orkest hoorbaar is.’
Vertaald naar de werkvloer, wat kan de voorzitter van een vergadering of een teamleider doen opdat het hele orkest meedoet? De tips voor school zijn bijna 1 op 1 toepasbaar:
- Zeg tegen de enthousiaste Robin, die altijd meteen reageert: ‘Je krijgt zo het woord, eerst ben ik benieuwd naar wat Selin hierover wil zeggen’.
- Laat bij een belangrijk punt eerst iedereen zelf zijn reactie opschrijven. Zo krijgt iedereen denktijd, dit werkt goed voor meer introverte collega’s.
- Laat iedereen aan de beurt komen, en begrens de spreektijd.
- Bespreek de dynamiek. ‘Ik merk dat steeds dezelfde mensen hun mening geven. Wie herkent dit? Wie niet? Wat vinden jullie daarvan?”
Op één punt vond ik juist geen overeenkomst tussen het klaslokaal en de werkvloer. Van den Breemer heeft kennelijk het gevoel het haantje-de-voorste gedrag een beetje te moeten vergoelijken: ‘.. (er) klinkt iets negatiefs in door. Terwijl deze kinderen ook mooie kwaliteiten hebben: ze zijn betrokken, initiatiefrijk, enthousiast en nemen verantwoordelijkheid.‘ Op de werkvloer merk ik eerder het tegenovergestelde, het haantje-de-voorste gedrag lijkt wel gewaardeerd te worden door de baas. Medewerkers die dat niet zijn krijgen te horen dat ze onzichtbaar zijn en zich meer moeten laten gelden.
Maar het advies dat orthopedagoog Bijlsma in deze column geeft is dan weer wel heel goed van toepassing: ‘Je wilt van de klas een gemeenschap maken. En dan is het leren omgaan met verschillen. Het is geven en nemen.’
Zijn tip, vertaald naar de werkvloer: wissel eens uit wat ieders bijdrage is. Zo wordt iedereen zich bewust van zijn of haar kwaliteiten en gaat scherper zien wat een collega inbrengt. Dan verschuift de aandacht van individuele prestaties naar de bijdrage aan de groep en het gezamenlijke doel. Dat dit geen open deur is ondervind ik regelmatig in mijn coachpraktijk. Waar ik zeker twintig kwaliteiten zie van iemand naar aanleiding van een ervaring, komt de persoon in kwestie met moeite tot vijf.
Terug naar het klaslokaal. Ik hoop van harte dat veel docenten deze column ter harte nemen. Want hoe fijn zou het zijn als we ons op de werkvloer onderdeel voelen van een groter geheel, waar verschillen gehonoreerd en benut worden, en geven en nemen usance is? Hopelijk vinden mijn kleinkinderen dat straks de normaalste zaak van de wereld!
Tot slot, als je meer wilt weten over de dynamiek tussen introverte en extraverte mensen, luister dan deze podcast, nummer 2 in de serie Goede bedoelingen. Ik ben hier te gast bij Nathan van Groenigen. Het resultaat mag er zijn, ik krijg veel positieve reacties. En menigeen herkent er ook zijn familiedynamiek in.
